Merci beaucoup
Het is dinsdagavond. Ik hang ogenschijnlijk lui op de bank mijn avondeten te verteren, maar mijn hormonen en mijn verstand voeren een heftig debat. Toetje? Geen toetje. Ah jawel, één toetje kan geen kwaad. Nee, nee, nee!
Ik haat deze tijd van de maand! De tijd waarin mijn buik een kilo zwaarder is van het vastgehouden vocht, ik buikkrampen heb die me het idee geven dat ik ieder moment een baby uit kan poepen, zo slap ben als een mannelijk geslachtsdeel bij de aanblik van Viola Holt, en ik me -ondanks alle mooie beloftes van de OB-reclames- ontzettend oncomfortabel voel. Het zijn tijden waarin ik minder dankbaar ben voor het feit dat ik tot het vrouwelijk geslacht behoor.
Maar het ergste ongemak is toch wel het niet te negeren verlangen naar chocolade. Om mijn gedachten af te leiden van het verrukkelijke bruine goedje zet ik de televisie aan. Op drie van de vier zenders waar ik langs zap word ik geconfronteerd met reclamespotjes over Bountydromen, Afrikaanse Côte d’Or landschappen en verrassingseieren. De zwakte slaat toe, de hormonen winnen de strijd. Ik ren naar mijn keukenkastjes en zoek verwoed tussen de magere afslankproducten naar iets ongezonds. De doos Merci lonkt naar me, maar nee. Nee! Dat is een kado voor iemand anders. Opeens valt mijn oog op een pot Nutella. Natuurlijk, Nutella! Als dit nog niet heilig was verklaard doe ik het bij deze. Ik sta bijna op het punt de pot hazelnootpasta te aanbidden, als ik zie dat deze bijna leeg is. Wanhopig probeer ik met een mes de laatste romigheid eruit te peuren, als dat niet lukt steek ik m’n vingers erin. Het is zinloos, dit is niet genoeg om mijn chocolatecraving te stillen. Ik werp nog een laatste verlangende blik op de Merci-die-echt-voor-iemand-anders-is-bestemd en doe het kastje dicht.
De computer biedt hierna gelukkig voldoende afleiding. Als ik later op de avond mijn PC uitzet en me klaar maak om naar bed te gaan ben ik trots op mezelf dat ik de Merci weerstaan heb. Ik installeer me op bed met een gezellig boek en begin te lezen. Mijn tevreden gevoel verdwijnt als sneeuw voor de zon als hoofdpersoon David besluit snel zijn hele chocoladevoorraad op te eten, die eigenlijk bedoeld is voor de kinderen die op Halloween langs de deuren komen. Plastisch wordt beschreven hoe David de marsrepen in zijn mond propt. Het wordt me allemaal teveel. Zal ik…? Nee! Ik verbeeld me hoe de kleine chocoladereepjes zich zuchtend omdraaien in hun plastic jasjes, ernaar snakkend te worden opgegeten. Ik smijt mijn boek opzij en spring uit bed.
Even later lig ik weer in bed, op mijn schoot een aangebroken doos Merci, op mijn gezicht een schuldbewuste uitdrukking. Maar de schade is nu toch al geleden, dus stop ik nog een reepje met pralinevulling in m’n mond en pak mijn boek weer. In het verhaal komt de moeder van de hoofdpersoon zijn kamer binnen. Geschokt roept ze uit waar hij mee bezig is als ze alle snoeppapiertjes om hem heen ziet liggen. David vraagt het zich af. Ik vraag het mij af. ‘Je zou jezelf eens moeten zien,’ zegt ze. ‘Ik bedoel écht zien.’ David kijkt naar zichzelf. Ik kijk naar mezelf. Ik schrik.
Het is woensdagmiddag. Ik hang ogenschijnlijk lui op de bank, maar eigenlijk lig ik uit te puffen van een flinke workout op mijn hometrainer. Een nieuw gekochte doos Merci ligt in mijn kast, voorzien van een post-it waarop alle dingen staan die ik mezelf moet aandoen als ik de doos aanbreek.
Hoe ik ooit zestig kilo heb kunnen afvallen is me een raadsel. Gelukkig is het niet iedere dag ‘de tijd van de maand’ en met een grote voorraad post-its moeten die laatste tien kilo me ook gaan lukken!
Groetjes,
