Het is toch niet waar… Heb ik echt al twee hele jaren niets gepost hier?! Wat vliegt de tijd toch! Aan de andere kant is er zoveel gebeurd in de tussentijd dat het voelt als tien jaar. Ach ja.
Iedereen met terugwerkende kracht alsnog een hele fijne Kerst, Nieuwjaar, Pasen, Pinksteren, Koninginnedag, verjaardag, moederdag, vaderdag, dierendag (voor het geval mijn hond dit leest he), Hemelvaart, Carnaval, Suikerfeest, Sinterklaas -en dat allemaal maal twee- toegewenst!
Om de een of andere gare reden lijkt mijn fotoalbum het niet meer te doen als ik foto’s wil uploaden, dus dan maar even hier in m’n blog.
Nu het steeds zulk lekker weer is breng ik natuurlijk weer meer tijd door in de tuin. Normale mensen drinken dan limonade aan de tuintafel of liggen lekker te zonnen, maar ik lig voornamelijk plat op m’n buik uitslag en insectenbeten op te lopen met m’n camera in de aanslag. Voorlopig kom ik alleen vliegen (saai) en slakken (nog saaier) tegen, maar hey, je moet ergens beginnen!
Hier dus de eerste onkruid-buikschuif-foto’s uit de tuin.
Het is dinsdagavond. Ik hang ogenschijnlijk lui op de bank mijn avondeten te verteren, maar mijn hormonen en mijn verstand voeren een heftig debat. Toetje? Geen toetje. Ah jawel, één toetje kan geen kwaad. Nee, nee, nee!
Ik haat deze tijd van de maand! De tijd waarin mijn buik een kilo zwaarder is van het vastgehouden vocht, ik buikkrampen heb die me het idee geven dat ik ieder moment een baby uit kan poepen, zo slap ben als een mannelijk geslachtsdeel bij de aanblik van Viola Holt, en ik me -ondanks alle mooie beloftes van de OB-reclames- ontzettend oncomfortabel voel. Het zijn tijden waarin ik minder dankbaar ben voor het feit dat ik tot het vrouwelijk geslacht behoor.
Maar het ergste ongemak is toch wel het niet te negeren verlangen naar chocolade. Om mijn gedachten af te leiden van het verrukkelijke bruine goedje zet ik de televisie aan. Op drie van de vier zenders waar ik langs zap word ik geconfronteerd met reclamespotjes over Bountydromen, Afrikaanse Côte d’Or landschappen en verrassingseieren. De zwakte slaat toe, de hormonen winnen de strijd. Ik ren naar mijn keukenkastjes en zoek verwoed tussen de magere afslankproducten naar iets ongezonds. De doos Merci lonkt naar me, maar nee. Nee! Dat is een kado voor iemand anders. Opeens valt mijn oog op een pot Nutella. Natuurlijk, Nutella! Als dit nog niet heilig was verklaard doe ik het bij deze. Ik sta bijna op het punt de pot hazelnootpasta te aanbidden, als ik zie dat deze bijna leeg is. Wanhopig probeer ik met een mes de laatste romigheid eruit te peuren, als dat niet lukt steek ik m’n vingers erin. Het is zinloos, dit is niet genoeg om mijn chocolatecraving te stillen. Ik werp nog een laatste verlangende blik op de Merci-die-echt-voor-iemand-anders-is-bestemd en doe het kastje dicht.
De computer biedt hierna gelukkig voldoende afleiding. Als ik later op de avond mijn PC uitzet en me klaar maak om naar bed te gaan ben ik trots op mezelf dat ik de Merci weerstaan heb. Ik installeer me op bed met een gezellig boek en begin te lezen. Mijn tevreden gevoel verdwijnt als sneeuw voor de zon als hoofdpersoon David besluit snel zijn hele chocoladevoorraad op te eten, die eigenlijk bedoeld is voor de kinderen die op Halloween langs de deuren komen. Plastisch wordt beschreven hoe David de marsrepen in zijn mond propt. Het wordt me allemaal teveel. Zal ik…? Nee! Ik verbeeld me hoe de kleine chocoladereepjes zich zuchtend omdraaien in hun plastic jasjes, ernaar snakkend te worden opgegeten. Ik smijt mijn boek opzij en spring uit bed.
Even later lig ik weer in bed, op mijn schoot een aangebroken doos Merci, op mijn gezicht een schuldbewuste uitdrukking. Maar de schade is nu toch al geleden, dus stop ik nog een reepje met pralinevulling in m’n mond en pak mijn boek weer. In het verhaal komt de moeder van de hoofdpersoon zijn kamer binnen. Geschokt roept ze uit waar hij mee bezig is als ze alle snoeppapiertjes om hem heen ziet liggen. David vraagt het zich af. Ik vraag het mij af. ‘Je zou jezelf eens moeten zien,’ zegt ze. ‘Ik bedoel écht zien.’ David kijkt naar zichzelf. Ik kijk naar mezelf. Ik schrik.
Het is woensdagmiddag. Ik hang ogenschijnlijk lui op de bank, maar eigenlijk lig ik uit te puffen van een flinke workout op mijn hometrainer. Een nieuw gekochte doos Merci ligt in mijn kast, voorzien van een post-it waarop alle dingen staan die ik mezelf moet aandoen als ik de doos aanbreek.
Hoe ik ooit zestig kilo heb kunnen afvallen is me een raadsel. Gelukkig is het niet iedere dag ‘de tijd van de maand’ en met een grote voorraad post-its moeten die laatste tien kilo me ook gaan lukken!
Om maar eens een ontzettend Hollandse openingszin te gebruiken: Wat een lekker weertje hè? En daarom heb ik vandaag gezellig gebarbequed met m’n ouders. We hadden weer veel te veel vlees en stokbrood, as usual, en daarom mochten de hondenbeestjes meegenieten. Ishtar werd helemaal wild bij het besef dat al dat lekkers zijn bekkie in mocht verdwijnen. Hij maakte er een heel feestje van, wat erin resulteerde dat de roomsaus tot achter z’n oren zat! Hij ligt nu voldaan en weer helemaal schoongewassen op de bank uit te buiken.
En over uitbuiken gesproken, argh ik heb veel te veel gegeten! Ik zal minstens een kilo zijn aangekomen. Ik geef de schuld aan de befaamde sauzen van mijn ouders. De “rrroomsaus” van mijn moeder, en de “sauce l’Infarct du Coeur” (whaha) van mijn vader waren weer om je vingers bij op te vreten. De namen zeggen het al maar tja, lekker vet is nou eenmaal vet lekker!
Ik ga wel wat extra fietsen de komende tijd, en anders kan ik me altijd nog aanmelden bij een afslankforum: